LEONARDUS (Nard) van den BOGAERT, geboren 16 sept 1868 in gehucht Orthen (wijk 44
nummer 34) om 16.00 uur, overleden 25 apr 1944 in 's-Hertogenbosch om 04.30
uur, begraven 28 apr 1944 op het RK Kerkhof te Orthen, woonde tot 1889 in
's-Hertogembosch, Orthen 34, van beroep (koek)bakker.
Nard is in Orthen naar school gegaan. Na zijn
schooltijd heeft hij enige tijd bij verschillende boeren in de omgeving
gewerkt. Hij had een zeer religieuze instelling. Hij was Lid der Mannenwacht en
van de Derde Orde en teven Lid van de Aartsbroederschap der Heilige Familie.
Ook verdiepte hij zich zeer in politiek.
Als jongeman ging hij in het bakkersvak en werkte bij bakkers in Orthen,
Empel en Hedel. Hij bezorgde overal te voet ;
fietsen heeft hij nooit gekund.
Op latere leeftijd is hij voor zichzelf begonnen
op diverse lokaties in 's-Hertogenbosch, zoals ij de Windmolenbergstraat en de
Putgang (zijstraat Korte Putstraat). Hij is rond 1932 gestopt met zelfstandig
bakken maar verkocht daarna brood dat hij liet bakken door bakker Huibers. Hij
stopte met werken vlak voor het begin van de tweede wereldoorlog, hij was toen
ruim 70 jaar. Tussen 1910 en 1912 heeft hij als bakker gewerkt in Kleef(Dld),
een zware tijd voor het gezin.
In 1921 verhuisde het gezin van de Breede Haven
naar de nieuwbouwwijk De Muntel en vestigden zich aan het Geert van Calcarplein
15.
Leonardus (door zijn vrouw Bernard genoemd) was
ook zanger in diverse kerkkoren en tot op hoge leeftijd heeft hij bij het
Koninklijk 's-Hertogenbosch Mannenkoor gezongen. Hoogtepunt was een optreden in
Berlijn. Hij liep veel, zelfs naar Utrecht om zijn dochter te bezoeken. Begin
1944 werd hij steeds zwakker en op 25 april 1944 is hij gestorven. Later bleek
hij een groot gezwel te hebben in zijn borst, niemand had het ooit opgemerkt.
Zijn uitvaartmis werd geleid door de bekende Bossche kapelaan Koopmans, die
later is vermoord door de Duitsers.
Veel over zijn leven is te vinden in het boek
"Van den Bogaert, een terugblik" van zijn zoon J.P.E. van den Bogaert
(aanwezig in het familie-archief).
Hij huwde ELISABETH WILHELMINA HENRICA (Betje)
Goossens, getrouwd 12 apr 1899 in de H. Catharinakerk
(Kruiskerk) te 's-Hertogenbosch, geboren 11 febr 1873 in 's-Hertogenbosch
(Vughterstraat Wijk H nr 41), (dochter van JOHANNES MARTINUS LAMBERTUS GOOSSENS en Johanna Maria Elisabeth van der Ros) overleden 6 apr 1956 in 's-Hertogenbosch (Groot
Ziekengasthuis), begraven 9 apr 1956 op RK Kerkhof te Orthen, eerste communie
1885 in 's-Hertogenbosch, van beroep boterweegster en huisvrouw.
Het gezin woonde rond 1900 in Berewoutstraat te
’s-Hertogenbosch. Achtereenvolgens vanaf 1901 in Vughterstraat 41, vanaf 1902 aan de Smalle Haven 144, vanaf
1905 in de Overlaatseweg 170 (Lombok),
vanaf 1910 in Kleef (Dld) Ackerstrasse 14, vanaf 1912 weer in 's-Hertogenbosch, Breede Haven 42 en vanaf
1921 in Gheert van Calcarplein 15
Elisabeth zat op school bij de zusters in de
Postelstraat. In het laatste schooljaar (dat was toen gewoonte) , zij was toen
12 jaar, deed zij haar 1e communnie. Zij kwam met een rijtuigje naar de kerk
wat alom verbazing wekte : zij was tenslotte een dochter van een protestantse
vrouw. In die tijd zeer bijzonder. Na haar schooltijd volgde zij naailessen en
heeft tot ver na haar huwelijk als naaister gewerkt. Bij besluit van
Burgemeester en Wethouders van 's-Hertogenbosch is zij benoemd als tweede
boterweegster der gemeente met ingang van 1 januari 1915 (met een jaarwedde van
fl 100) in de Boterhal (Boterwaag) op de Markt. Wegens sluiting van de Boterhal
kreeg zij op 1 maart 1929 eervol ontslag. Elisabeth sneed daar de gewenste
hoeveelheid van de kluit af, woog het stuk op een koperen weegschaal en pakte
het stuk in hagelwit papier. Als zij iets kwijt was riep zij altijd de heilige
Antonius aan; als zij het toch niet vond draaide zij zijn beeld, dat onder een
stolp op de kast stond, met een kwaad gezicht om. Elisabeth, door iedereen
tante Betje genoemd was klein van stuk en liep iets voorover gebogen. Ze had
een vriendelijk gezicht., was altijd heel eenvoudig en was met smaak in het
zwart gekleed. Vanaf mei "woonde zij in" bij haar zoon Jan en
schoondochter Hannie, wel in het ouderlijk huis aan het Geert van Calcarplein.
Zij heeft zich nog enkele jaren mee kunnen inzetten bij de opvoeding van haar
kleinkinderen Jos en Liesbeth. Eind maart 1956 is ze opgenomen in het
ziekenhuis, (ze was thuis gevallen over een voetenbankje) waar ze vermoedelijk
aan longontsteking is overleden.
Tekst van de huwelijksakte:
Den 12e April 1899 zijn voor ons ambtenaar van den
burgerlijke stand der gemeente 's-Hertogenbosch verschenen
Leonardus van den Bogaert, koekbakker, oud 30
jaren, geboren en wonende alhier , zoon van Petrus Matheus van den Bogaert,
landbouwer en van Anna Anthonia Kievit, zonder beroep, beide wonende alhier en
Elisabeth Wilhelmina Henrica Goossens, zonder beroep, oud 26 jaren, geboren en
wonende alhier , dochter van Johannes Martinus Lambertus Goossens, overleden en
van Johanna Maria Elisabeth van der Ros, zonder beroep, wonende alhier, ten
einde hun huwelijk te voltrekken.
De afkondigingen hebben zonder sluiting des huwelijks,
plaats gehad alhier op zondagen den 2e en 9e April jongsleden. De moeder der
bruid, hier tegenwoordig, heeft verklaard hare toestemming te geven tot de
voltrekking van dit huwelijk. De aanstaande echtgenoten hebben ten onzen
overstaan en in tegenwoordigheid der na te noemen geruigen verklaard, dat zij
elkander aannemen tot echtgenoten en getrouwelijk alle plichten zullen
vervullen welke door de wet aan den huwelijksen staat verbonden zijn, waarop
wij in naam der wet hebben verklaard dat zij door den echt aan elkander
verbonden zijn.
Dit huwelijk is voltrokken in tegenwoordigheid der
getuigen :
Johannes Augustinus Goossens, goudsmit, oud 31
jaren, bloedverwant in den tweeden graad zijdlinie der tweede echtgenoot (in de
akte is vermeld Johannes , dat moet zijn moet zijn Jacobus, t.w. Koos, de broer
van Elisabeth) en
Alphonsus Josephus van Kempen, goudsmid, oud 39
jaren, ; Franciscus Augustinus van Mierlo, goudsmit, oud 30 jaren, ; Johannes
Augustinus van Mierlo, goudsmid, oud 24 jaren llen wonende alhier. De moeder
der tweede echtgenoot heeft verklaard niet te kunnen tekenen wegens
onervarenheid.
Wij hebben deze akte aan de verschenen partijen en
getuigen voorgelezen
I. Johannes Wilhelmus Jacobus
(Jan) van den Bogaert, geboren 19 febr 1900 in 's-Hertogenbosch
(Vughterstraat Wijk H nummer 41) om 18.00 uur, overleden 20 mei 1918 in
's-Hertogenbosch, om 16.00 uur, begraven 23 mei 1918.
doopnamen Johannes Wilhelmus
Jacobus.
Jan wilde graag priester worden
maar wegenz zijn zwakke gezondheid kon hij die zware studie niet volgen. Hij
werd broeder bij de Witte Paters in het klooster Sint Charles aan de
Boxtelseweg (later gesloopt vanwege de aanleg van de A2 naar Eindhoven.
Tot haar verdriet kon zijn
moeder niet bij zijn uitvaart aanwezig zijn omdat zij elk moment een baby kon
krijgen. Een dag na zijn begrafenis werd de "nieuwe Jan" geboren.
Hij is gestorven aan TBC (ook
pleuris genoemd).
II. Petrus Martinus Franciskus (Piet) van
den Bogaert
III. Elisabeth Christina Jacoba(Betsie) van
den Bogaert
IV. Leonardus Cornelus Wilhelmus (Leo) van
den Bogaert
V. Antonius Johannes Martinus (Antoon) van
den Bogaert
VI. Alphonsus Henricus Wilhelmus (Fons) van
den Bogaert
VII. JOHANNES PETRUS ELISIUS (Jan) van den BOGAERT